Test Your Vocabulary Level!
Curious about your foreign language vocabulary skills? Take our Vocabulary Test now and discover your level, from A1 (Beginner) to C2 (Mastery)!Wordlist for CEFR C2 - Expand Your Dutch Vocabulary

zelfbestuur
/ˈzɛlf.bɛsˌtyːr/
nounHet vermogen van een groep of land om zichzelf te besturen

zelfbestuur
/ˈzɛlf.bɛsˌtyːr/
noun
zeuren
/ˈzøːrən/
verbklagen met een hoge toon

zeuren
/ˈzøːrən/
verb
zeuren
/ˈzøːrən/
verbIemand irriteren door steeds te vragen

zeuren
/ˈzøːrən/
verb
zich onthouden
/zɪx ɔnˈɦʌu̯dən/
verbKiezen om iets niet te doen

zich onthouden
/zɪx ɔnˈɦʌu̯dən/
verb
zichtbaarheid
/ˈzɪxtbɑːrɪt/
nounHoe ver je kunt zien

zichtbaarheid
/ˈzɪxtbɑːrɪt/
noun
zich wassen
/zɪx ˈʋɑsən/
verbZich schoonmaken, vooral handen en gezicht

zich wassen
/zɪx ˈʋɑsən/
verb
zichzelf
/zɪkˈzɛlf/
pronounRefers to the person being spoken about

zichzelf
/zɪkˈzɛlf/
pronoun
zielig
/ˈziːlɪx/
adjectiveOorzaak van medelijden

zielig
/ˈziːlɪx/
adjective
zijrivier
/ˈzɛi̯ˌrivɪr/
nouneen rivier die in een grotere rivier stroomt

zijrivier
/ˈzɛi̯ˌrivɪr/
noun
zinloos
/ˈzɪnloːs/
adjectiveheeft geen betekenis of doel

zinloos
/ˈzɪnloːs/
adjective
zitplaats
/ˈzɪtˌplɑts/
nounPlaats om te zitten

zitplaats
/ˈzɪtˌplɑts/
noun
zoete maïs
/ˈzutə mɛis/
nounMaïs dat zoet is en als groente gegeten wordt

zoete maïs
/ˈzutə mɛis/
noun
zoetheid
/ˈzutɦɛit/
nounDe kwaliteit van zoet zijn

zoetheid
/ˈzutɦɛit/
noun
zonnebril
/ˈzɔnəˌbrɪl/
nounBril die je ogen beschermt tegen de zon

zonnebril
/ˈzɔnəˌbrɪl/
noun
zorg goed
/zɔrɡ ɡut/
verbom voor iemand te zorgen

zorg goed
/zɔrɡ ɡut/
verb
zo-zo
/zoːˈzoː/
adjectivenoch goed, noch slecht

zo-zo
/zoːˈzoː/
adjective
zucht
/zʏxt/
nounEen lange adem die verdriet of opluchting toont

zucht
/zʏxt/
noun
zwager
/ˈzʋaːɡər/
nounde broer van je echtgenoot of de man van je zus

zwager
/ˈzʋaːɡər/
noun
zwak
/zʋɑk/
adverbOp een zwakke manier

zwak
/zʋɑk/
adverb
Zweeds
/zʋeːts/
adjectiveGerelateerd aan Zweden

Zweeds
/zʋeːts/
adjective