Test Your Vocabulary Level!
Curious about your foreign language vocabulary skills? Take our Vocabulary Test now and discover your level, from A1 (Beginner) to C2 (Mastery)!Wordlist for CEFR B2 - Expand Your Dutch Vocabulary

aangenaam
/ˈaːŋəˌnaːm/
adjectiveplezierig

aangenaam
/ˈaːŋəˌnaːm/
adjective
aankoop
/ˈaːnˌkoːp/
nounDe handeling van iets kopen

aankoop
/ˈaːnˌkoːp/
noun
aanmoedigen
/ˈaːnˌmudɪɡən/
verbiemand aanmoedigen om iets te doen

aanmoedigen
/ˈaːnˌmudɪɡən/
verb
aannemen
/ˈaːnˌneː.mə/
verbiets als waar beschouwen zonder bewijs

aannemen
/ˈaːnˌneː.mə/
verb
aanpakken
/ˈaːnˌpɑ.kə(n)/
verbproberen een probleem op te lossen

aanpakken
/ˈaːnˌpɑ.kə(n)/
verb
aanpassen
/ˈaːnˌpɑsə/
verbIets een beetje veranderen om het beter te maken

aanpassen
/ˈaːnˌpɑsə/
verb
aanpassen
/ˈaːnˌpɑsə(n)/
verbIets veranderen zodat het past in een nieuwe situatie

aanpassen
/ˈaːnˌpɑsə(n)/
verb
aanspreken
/ˈaːnˌspreːkən/
verbtegen iemand spreken

aanspreken
/ˈaːnˌspreːkən/
verb
aansteken
/ˈaːnˌsteː.kən/
verbiets laten branden

aansteken
/ˈaːnˌsteː.kən/
verb
aanstelling
/ˈaːnˌstɛlɪŋ/
nounde handeling van iemand een baan geven

aanstelling
/ˈaːnˌstɛlɪŋ/
noun
aanvankelijk
/ˈaːnˌvɑŋkəɫɪk/
adverbIn het begin

aanvankelijk
/ˈaːnˌvɑŋkəɫɪk/
adverb
aanvrager
/ˈaːnˌvraːɡər/
nounEen persoon die iets aanvraagt

aanvrager
/ˈaːnˌvraːɡər/
noun
aanwezigheid
/ˈaːnˌʋeːzɪxˌɦɛit/
nounDe staat van ergens zijn

aanwezigheid
/ˈaːnˌʋeːzɪxˌɦɛit/
noun
aanzienlijk
/aːnˈziːn.lɪk/
adverbIn grote mate

aanzienlijk
/aːnˈziːn.lɪk/
adverb
aanzienlijk
/ˈaːn.ziːn.lɪk/
adjectivegroot in hoeveelheid of graad

aanzienlijk
/ˈaːn.ziːn.lɪk/
adjective
aarzelen
/ˈaːrzə.lən/
verbEven wachten voordat je iets doet

aarzelen
/ˈaːrzə.lən/
verb
absoluut
/ˌɑb.sɔˈlyt/
adjectivecompleet of totaal

absoluut
/ˌɑb.sɔˈlyt/
adjective
absorberen
/ɑb.zorˈbeː.rən/
verbopnemen of in zich opnemen

absorberen
/ɑb.zorˈbeː.rən/
verb
abstract
/ˈɑbstrɑkt/
adjectiveniet concreet of specifiek

abstract
/ˈɑbstrɑkt/
adjective
accent
/ˈɑk.sɛnt/
nouneen manier van spreken die laat zien waar iemand vandaan komt

accent
/ˈɑk.sɛnt/
noun