Exam

Patikrinkite savo žodyno lygį!

Smalsu dėl jūsų užsienio kalbos žodyno įgūdžių? Atlikite mūsų žodyno testą dabar ir sužinokite savo lygį, nuo A1 (Pradedantysis) iki C2 (Meistriškumas)!

Žodžių sąrašas CEFR - Išplėskite savo žodyną B2 Nyderlandų

Vaizdas
Žodis
Transkripcija
Reikšmė
Word

afleiden

/ˈɑfˌlɛidən/

veiksm

Iets krijgen uit iets anders

Word

afleiden

/ˈɑfˌlɛidən/

veiksm
Iets krijgen uit iets anders
Word

afleiden

/ˌɑfˈlɛi̯.də(n)/

veiksm

iemand zijn aandacht ontnemen

Word

afleiden

/ˌɑfˈlɛi̯.də(n)/

veiksm
iemand zijn aandacht ontnemen
Word

afleiden

/ˈaːfˌlɛidən/

veiksm

Iets concluderen uit bewijs

Word

afleiden

/ˈaːfˌlɛidən/

veiksm
Iets concluderen uit bewijs
Word

afnemen

/ˈɑfˌneː.mə/

veiksm

minder worden

Word

afnemen

/ˈɑfˌneː.mə/

veiksm
minder worden
Word

afnemen

/ˈɑfˌneː.mə/

veiksm

minder maken

Word

afnemen

/ˈɑfˌneː.mə/

veiksm
minder maken
Word

afscheid nemen

/ˈɑfˌsxɛit ˈneɪ̯mən/

veiksm

Een baan of positie opgeven

Word

afscheid nemen

/ˈɑfˌsxɛit ˈneɪ̯mən/

veiksm
Een baan of positie opgeven
Word

afschrikken

/ˈɑfˌsxrɪkən/

veiksm

Iemand minder zelfvertrouwen geven

Word

afschrikken

/ˈɑfˌsxrɪkən/

veiksm
Iemand minder zelfvertrouwen geven
Word

afval

/ˈɑfʌl/

daikt

Vuil of rommel die op openbare plaatsen wordt achtergelaten

Word

afval

/ˈɑfʌl/

daikt
Vuil of rommel die op openbare plaatsen wordt achtergelaten
Word

afval

/ˈɑfʋɑl/

daikt

ongewenst materiaal

Word

afval

/ˈɑfʋɑl/

daikt
ongewenst materiaal
Word

afwijzen

/ɑfˈʋɛi̯zən/

veiksm

iemand wegsturen

Word

afwijzen

/ɑfˈʋɛi̯zən/

veiksm
iemand wegsturen
Word

agenda

/aˈɡɛnda/

daikt

een lijst van dingen om te doen of te bespreken

Word

agenda

/aˈɡɛnda/

daikt
een lijst van dingen om te doen of te bespreken
Word

agent

/aˈɡɛnt/

daikt

agent

Word

agent

/aˈɡɛnt/

daikt
agent
Word

agentschap

/ˈaː.ɡɛnt.sɦɑp/

daikt

een organisatie die een dienst verleent

Word

agentschap

/ˈaː.ɡɛnt.sɦɑp/

daikt
een organisatie die een dienst verleent
Word

agressief

/aˈɡrɛsif/

būdž

klaar om aan te vallen of te confronteren

Word

agressief

/aˈɡrɛsif/

būdž
klaar om aan te vallen of te confronteren
Word

alarmeren

/aˈlɑrmərən/

veiksm

iemand bang of bezorgd maken

Word

alarmeren

/aˈlɑrmərən/

veiksm
iemand bang of bezorgd maken
Word

ambacht

/ˈɑm.bɑxt/

daikt

Een activiteit die vaardigheid vereist in het maken van dingen met de hand

Word

ambacht

/ˈɑm.bɑxt/

daikt
Een activiteit die vaardigheid vereist in het maken van dingen met de hand
Word

ambitieus

/ɑmˈbiːtɪøːs/

būdž

sterke wens om te slagen

Word

ambitieus

/ɑmˈbiːtɪøːs/

būdž
sterke wens om te slagen
Word

ambtenaar

/ˈɑmp.tə.nɑːr/

daikt

persoon met gezag

Word

ambtenaar

/ˈɑmp.tə.nɑːr/

daikt
persoon met gezag
Word

ambulance

/ˌɑm.byˈlɑn.sə/

daikt

een voertuig dat zieke mensen naar het ziekenhuis brengt

Word

ambulance

/ˌɑm.byˈlɑn.sə/

daikt
een voertuig dat zieke mensen naar het ziekenhuis brengt
Word

amusant

/aˈmy.zɑnt/

būdž

grappig of vermakelijk

Word

amusant

/aˈmy.zɑnt/

būdž
grappig of vermakelijk