Exam

Test dit ordforrådsniveau!

Nysgerrig på dine fremmedsprogskundskaber? Tag vores ordforrådstest nu og opdag dit niveau, fra A1 (Begynder) til C2 (Mesterskab)!

Ordforrådsliste for CEFR - Udvid dit Ordforråd A1 Hollandsk

Billede
Ord
Transskription
Betydning
Word

zeventig

/ˈzeː.vən.tɪx/

tal

Het getal 70

Word

zeventig

/ˈzeː.vən.tɪx/

tal
Het getal 70
Word

ziek

/zik/

adj

niet gezond

Word

ziek

/zik/

adj
niet gezond
Word

ziekenhuis

/ˈzikə(n)hœys/

subst

Plaats waar zieke of gewonde mensen worden behandeld

Word

ziekenhuis

/ˈzikə(n)hœys/

subst
Plaats waar zieke of gewonde mensen worden behandeld
Word

zien

/zin/

verb

Kijken naar iets met je ogen

Word

zien

/zin/

verb
Kijken naar iets met je ogen
Word

zij

/zɛi/

pron

Used to refer to a female person or animal

Word

zij

/zɛi/

pron
Used to refer to a female person or animal
Word

zij

/zɛi/

pron

Gebruikt om naar mensen of dingen te verwijzen

Word

zij

/zɛi/

pron
Gebruikt om naar mensen of dingen te verwijzen
Word

zijn

/zɛin/

det

behorend tot hem

Word

zijn

/zɛin/

det
behorend tot hem
Word

zijn

/zɛin/

verb

Bestaan of leven

Word

zijn

/zɛin/

verb
Bestaan of leven
Word

zijn

/zɛin/

det

Behorend tot het

Word

zijn

/zɛin/

det
Behorend tot het
Word

zin

/zɪn/

subst

Een kleine groep woorden die een bepaalde betekenis heeft

Word

zin

/zɪn/

subst
Een kleine groep woorden die een bepaalde betekenis heeft
Word

zin

/zɪn/

subst

een groep woorden die een complete gedachte uitdrukken

Word

zin

/zɪn/

subst
een groep woorden die een complete gedachte uitdrukken
Word

zingen

/ˈzɪŋən/

verb

muzikale geluiden maken met je stem

Word

zingen

/ˈzɪŋən/

verb
muzikale geluiden maken met je stem
Word

zitten

/ˈzɪtən/

verb

Rusten op je achterste met je rug recht

Word

zitten

/ˈzɪtən/

verb
Rusten op je achterste met je rug recht
Word

zomer

/ˈzoːmər/

subst

Het warmste seizoen van het jaar

Word

zomer

/ˈzoːmər/

subst
Het warmste seizoen van het jaar
Word

zon

/zɔn/

subst

de ster waar de aarde omheen draait

Word

zon

/zɔn/

subst
de ster waar de aarde omheen draait
Word

Zondag

/ˈzɔndɑx/

subst

de dag na zaterdag

Word

Zondag

/ˈzɔndɑx/

subst
de dag na zaterdag
Word

zonder

/ˈzɔndər/

præp

niet hebben

Word

zonder

/ˈzɔndər/

præp
niet hebben
Word

zoon

/zoːn/

subst

Mannelijk kind

Word

zoon

/zoːn/

subst
Mannelijk kind
Word

zou

/zɑu/

modalverbum

wordt gebruikt om een beleefde verzoek of toekomst in het verleden aan te geven

Word

zou

/zɑu/

modalverbum
wordt gebruikt om een beleefde verzoek of toekomst in het verleden aan te geven
Word

zou moeten

/zɑu ˈmutən/

modalverbum

wordt gebruikt om te zeggen dat iets nodig is

Word

zou moeten

/zɑu ˈmutən/

modalverbum
wordt gebruikt om te zeggen dat iets nodig is